Biografie

“Het was geen keuze om kunstenaar te worden. Ik wás het.”

De Man Van Atlantis in het atelier

VORMING

“De taal die de beelden in het Middelheimmuseum spraken, begreep ik.”

De wortels van Luk van Soom liggen in Weelde-Statie, een dorpje in de Antwerpse Kempen. Hoewel hij afstudeerde als schrijnwerker-meubelmaker, inspireerden zijn contact met een lokale houtsnijder en een bezoek aan het Middelheimmuseum hem tot het maken van kunst. Na een avondopleiding aan de Academie van Turnhout studeerde hij beeldhouwen op de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten van Antwerpen, gevolgd door een vervolmaking aan het Nationaal Hoger Instituut voor Schone Kunsten in dezelfde stad.

Hij studeerde af in 1983 met de prijs van Lerius voor Figuurboetseren en de provinciale prijs voor Beeldhouwen op zak. Zeven jaar later werd hij docent aan de Academie St. Joost in Breda, waar hij nog altijd lesgeeft, en aan de Amsterdamse Rietveld Academie, waar hij drie jaar lang doceerde. Aan de Academie voor Schone Kunsten te Antwerpen was hij van 1997 tot 2003 verbonden. In 1998 vestigde hij zich officieel als zelfstandig beeldend kunstenaar.

STIJL EN WERK

“Het beste beeld moet nog altijd gemaakt worden.”

Hoewel hij tijdens zijn klassieke opleiding bijna dagelijks naar levend model gewerkt had, maakte hij in zijn laatste jaar aan het Hoger Instituut tabula rasa door alle figuratieve elementen te laten vallen. De Geschiedenis van de Beeldhouwkunst (1984) luidde het begin in van een zoektocht naar een gezuiverde vormgeving. Niet veel later maakte hij met Pallas (1985) voor het Middelheimmuseum zijn eerste monumentale abstracte werk in metaal en exposeerde hij in galerieën als ‘121’ Art Gallery (Antwerpen, 1986), Galerie ’t Venster (Rotterdam, 1989) en Galerie Fons Welters (Amsterdam, 1990). Een van zijn laatste grote puur abstracte werken was Walhalla, dat in 1993 een opvallende plaats kreeg op de Antwerpse Italiëlei.

Een tentoonstelling in Galerie Denise Van de Velde (Aalst, 1994), waarbij hij en schilder Piet Dirckx hun werken presenteerden zoals ze uit de auto kwamen, zette Van Soom ertoe aan om vrijer met zijn creaties om te springen. Een nieuwe figuratieve impuls gaf zijn abstracte werken meer verbeeldingskracht en maakte duidelijk dat hij intussen ten volle de mogelijkheden van de figuur naar zijn hand kon zetten. Een eerste grote uiting hiervan was Romeo & Julia (1996) in het Nederlandse Lemelerveld. Rond diezelfde tijd begon ook het surrealisme een duidelijke invloed uit te oefenen op zijn werk en werd hij geselecteerd voor de tentoonstelling René Magritte en de Hedendaagse Kunst in het PMMK Oostende (1998).

In die periode begonnen zijn reizen naar Italië niet alleen zijn thematiek te beïnvloeden, maar ook zijn vormgeving. Geïnspireerd door de baroktaal van Bernini en diens tijdgenoten ontwikkelde hij een eigenzinnige beeldentaal gekenmerkt door spiralen, overdadige vormen, kronkelende lijnen en speelse ornamentiek. In deze karakteriserende stijl verwezenlijkte hij intussen al tientallen monumentale beelden in de openbare ruimte, zoals Madonna der Nevelen (Oud-Turnhout, 2002 en Groningen, 2005), De Arm van Adam (Antwerpen, 2007), The Wharfinger (Zwolle, 2005) en Adam & Eva (Turnhout, 2004 en Burcht, 2005).

Omdat hij resoluut weigert zich tot één vormtaal te beperken, slaagt hij er toch in verrassend uit de hoek te blijven komen. Zo schiep hij in 2006 voor Beaufort een metershoge lampenboom die inmiddels in meerdere incarnaties terugkeerde in zijn oeuvre. Met Waarheen en dan Terug (2008) creëerde hij een beeld dat niet enkel van buitenaf gezien maar ook van binnenuit beleefd kan worden. Op Tweespoor Turnhout (2012) verraste hij met een sterrenzaagfabriek-annex-museum en voor de expo Happy Birthday Academy (Antwerpen, 2013) parkeerde hij een door een astronaut bestuurde Fiat Multipla uit zijn eigen bouwjaar in het MAS.

THEMATIEK

“Het verhaal, dat pas komt ná de intuïtieve drang om iets te maken, past meestal wonderwel in de puzzel die je mijn oeuvre kunt noemen.”

Kenmerkend voor het oeuvre van Luk Van Soom is zijn zoektocht naar de grenzen van de realiteit. Herkenbare, dagdagelijkse vormen worden op dusdanige wijze gecombineerd dat ze toetreden tot het land van de verbeelding. Tegelijkertijd is zijn universum bevolkt met Atlantiërs, diepzeeduikers, astronauten – kortom reizigers met een roeping. Op die manier speelt hij met de wereld, referentiekaders en herinneringen, waarnemingen en gewaarwordingen, fictie en feiten. Zijn werk is tegelijk lichtvoetig en toegankelijk, maar staat ook stil bij grote levensvragen als ‘wat doen we hier’ en ‘hoe groot of hoe klein is de mens’. Daarmee past hij in de Belgische surrealistische traditie gekenmerkt door vervreemding, lichtvoetigheid en absurdistische accenten, waar ook René Magritte thuishoort.

Zijn inspiratie haalt Van Soom uit de mythologie, de wereld van de magie en de christelijke symboliek. Hierin boeit hem het metafysische. Hij houdt aan de ene kant vast aan de materie maar wil er tegelijkertijd van loskomen. Dat verklaart zijn fascinatie voor de oerelementen, het ongrijpbare, het transcendentale en de relatie tussen zwaartekracht en gewichtloosheid. Veel van zijn sculpturen wijzen naar de hemel en het wit van de wolken, maar blijven stevig geworteld in de aarde. Andere proberen te vangen wat van nature beweeglijk, vormloos en/of vluchtig is, zoals water, wolken, vuur en rook. Zo brengt Van Soom het onbereikbare dichterbij en maakt hij het ongrijpbare tastbaar. Zowel qua stijl als thematiek refereert hij naar de barok van Bernini, waarin de spanning tussen de materie en de gewichtloosheid een constante is.

TECHNIEKEN

“Als kunstenaar moet je de materie beheersen en naar je hand kunnen zetten,
 om je gedachten erin vorm te kunnen geven.”

Eén van de specialiteiten van Luk Van Soom is het boetseren van beelden in klei. Vormeloze brokken klei, een materiaal van de natuur, worden in zijn handen omgevormd tot levensgrote figuren. Maar ook de meeste gangbare materialen hebben voor hem geen geheimen: brons, staal, aluminium, gips, beton, polyester – hij kiest in functie van bestemming, omstandigheden en grootte. Zijn meer dan tien meter hoge metalen lampenbomen, gemaakt in samenwerking met bedrijven als Moker (gespecialiseerd in monumentale kunstwerken) en het internationale Zumtobel zijn daardoor evenzeer staaltjes van vakmanschap als de 17 centimeter hoge gips-met-bronzen multiples Oh Superman (2010).

Als kunstenaar hamert hij niet alleen op het belang van kennis omtrent eeuwenoude materialen en technieken, maar blijft hij geïnteresseerd in nieuwe technologieën. Zo pleit hij voor een overkoepelend orgaan dat contacten legt met bedrijven en probeert hij om kunstenaars toegang te geven tot de meest moderne machinerie zoals 3D-scanners en -printers – om op die manier te komen tot een nieuwe soort verwezenlijkingen. Grenzen verleggen, terreinen verkennen – het is kenmerkend voor zijn manier van werken.

OPDRACHTEN

“Ik wil mensen in mijn wereld laten stappen, laten nadenken over zaken die we vanzelfsprekend vinden, laten zien dat niet alles evident is zoals het is of zoals het lijkt. Mensen meenemen in het mysterieuze. Ontroering ook, verwondering.”

Luk Van Soom werkt veel en graag in opdracht, en heeft intussen al getekend voor een vijftigtal beelden in de openbare ruimte in België en Nederland. Bekende stadsgezichten van zijn hand zijn Walhalla (Antwerpen), De Man van Atlantis (Brussel), Walking to Magdalena en Tussen Waken en Slapen (Oostende). Volgens hem ontstaat het idee voor een kunstwerk op de meest vreemde manieren en plaatsen, en komt het tot hem als een havik, die vanuit een hoog standpunt alles in zich heeft opgenomen, alvorens zich met grote precisie op zijn prooi te laten vallen.